Rubriek-Zwammen
Stacks Image 0
Woorden zijn struikelblokken! – Telkens de oermensen een woord bedachten, geloofden ze een ontdekking te hebben gedaan. De waarheid was totaal anders! – ze hadden een probleem aangeroerd en terwijl ze meenden het te hebben opgelost, creëerden ze een obstakel voor de oplossing ervan. – Bij elk nieuw inzicht moeten we nu over keiharde, fossiele woorden strompelen en breken daarbij sneller een been dan een woord. (Friedrich Nietzsche)
Stacks Image 1
Preliminair gezwam

Is een zwam hetzelfde als een paddenstoel? Of is een zwam een schimmel waaraan paddenstoelen groeien, zoals eikels aan een eik? Het zou natuurlijk ook kunnen dat schimmels juist zwammen zijn waaraan geen paddenstoelen groeien. Jezus-Maria-Jozef! Heb ik spijt dat ik deze rubriek niet gewoon
Fungi heb genoemd!


Voor alle duidelijkheid

Zwammen? Schimmels? Paddenstoelen? "Woorden zijn struikelblokken!" schrijft Nietzsche in het eerste deel van Morgenrood. Hij voegt eraan toe dat je op een queeste naar kennis sneller een been dan een woord breekt. Het is dan ook met gemengde gevoelens dat ik me in deze mycologische woordenstrijd gooi. Ik heb geen zin in vier weken gips. Misschien denk je: hoezo, een paddenstoel is toch gewoon het vruchtlichaam van een zwam en een zwam is toch gewoon een soort schimmel? Jammer genoeg is het niet zo eenvoudig. Zo beschouwen velen, waaronder ook een Nederlandse expert, zwammen en paddenstoelen als synoniemen voor het vruchtlichaam van een schimmel. Een rode paddenstoel met witte stippen noem je immers een vliegenzwam en niet de paddenstoel of het vruchtlichaam ervan. Alleen associëren we schimmel niet echt met paddenstoelen, maar eerder met vochtige muren, kalknagels, blauwaderkaas, bedorven brood en het paard van Sinterklaas. Bovendien gaat niemand zwammen plukken.


Stacks Image 2
Vier op een rij

Het lijkt me nuttig om de verschillende standpunten in dit semantisch debat kort samen te vatten. Het zijn er vier:

1. Schimmels zijn zwammen die geen (zichtbare) paddenstoelen vormen. Alle schimmels zijn zwammen, maar niet alle zwammen zijn schimmels.

2. Zwammen zijn schimmels die (zichtbare) paddenstoelen vormen. Alle zwammen zijn schimmels, maar niet alle schimmels zijn zwammen.

3. Paddenstoelen of zwammen zijn vruchtlichamen van bepaalde schimmels. Alle paddenstoelen zijn zwammen en alle zwammen zijn paddenstoelen.

4. Paddenstoelen zijn vruchtlichamen van bepaalde schimmels of zwammen. Alle schimmels zijn zwammen en alle zwammen zijn schimmels.

Het komt me voor dat het eerste standpunt het best aansluit op het gewone taalgebruik. Maar dat wil niets zeggen. Het geocentrisch wereldbeeld sluit ook beter op het gewone taalgebruik aan dan het copernicaanse. Je ziet de zon zakken in de zee, maar denkt hopelijk niet dat ze dat ook echt doet. Eén van de problemen met dit standpunt is dat zwammen tot het schimmelrijk of
Fungi behoren en dus eigenlijk per definitie schimmels zijn. Hoewel: dit rijk wordt ook het zwammenrijk genoemd, kwestie van de zaak nog wat complexer te maken. Dat is meteen ook de achilleshiel van het tweede standpunt. Schimmels die geen zwammen zijn en toch tot het zwammenrijk behoren: geef toe dat het een vreemde kronkel is. Dit standpunt is alleen verdedigbaar als je het begrip 'zwammenrijk' uit het woordenboek schrapt. Dat geldt natuurlijk ook voor het derde standpunt. Het heeft zijn verdiensten – een vliegenzwam is een zwam, zoals een boterbloem een bloem is en een olielamp een lamp – maar komt toch wat geforceerd over. Een schimmel die zwammen met een rode hoed vol witte stippen produceert? Hallucinogene zwammen of zwammo's? Nee, het zit me toch niet lekker. Volgens het tweede en derde standpunt zou deze rubriek van de site bovendien Schimmels moeten heten. Verwarrend, want weinig mensen associëren schimmels met paddenstoelen, terwijl de rubriek juist vol foto's van paddenstoelen staat.


Stacks Image 3
Zwammen zijn schimmels en vice versa

Uiteindelijk lijkt het vierde standpunt me nog het beste: een zwam is een schimmel en een schimmel is een zwam. Het (zichtbare) vruchtlichaam ervan noem ik een paddenstoel. Dat de naam van dat vruchtlichaam dan meteen ook de soortnaam van de zwam of schimmel in kwestie is, is enigszins vervelend. Maar ook niet meer dan dat. Een lijsterbes is ook zowel een boom als de vrucht ervan. Merels zijn dol op lijsterbessen. Niet op lijsterbesbessen. Het schimmelrijk en het zwammenrijk vallen gewoon samen. Dat we er twee verschillende namen voor hebben, komt doordat we vroeger niet wisten dat de walgelijke, blauwgroene viezigheid op beschimmeld brood fundamenteel dezelfde levensvorm is als het organisme dat heerlijke
champignons de Paris oplevert. Dat was immers, dachten we, een plant. Maar twee namen voor hetzelfde, daar hebben we het moeilijk mee. Je bent al snel geneigd om te denken dat er méér achter zit. Er moet een essentieel verschil zijn tussen zwammen en schimmels. Anders had je er toch geen woorden voor? Niemand eet oesterschimmels of zwammenkaas. In het gewone taalgebruik maak je inderdaad haast moeiteloos een onderscheid tussen schimmels en zwammen. Daar is niets mis mee. Zolang je maar niet denkt dat dit onderscheid iets wezenlijks over de werkelijkheid zegt. Veel zogenaamde schimmels zijn immers nauwer verwant met sommige zogenaamde zwammen dan met andere zogenaamde schimmels. En ze behoren allemaal tot het schimmel- of zwammenrijk. Krák! Hoor ik daar de paddenstoel van kabouter Pinnenmuts breken? Of is het toch mijn been?
Stacks Image 4
Een kijk op het zwammenrijk

Volgens
Natuurpunt telt Vlaanderen zowat 4.000 soorten paddenstoelen. Strikt genomen – en als je mijn standpunt deelt – bedoelen ze natuurlijk 4.000 soorten zwammen die met het blote oog zichtbare vruchtlichamen vormen. Deze zwammen worden vaak macrofungi genoemd. Vierduizend lijkt veel, maar als je weet dat sommige experts het aantal soorten macrofungi op 53.000 tot 110.000 ramen, stelt dat weinig voor. Macrofungi vertegenwoordigen ongeveer tien procent van alle zwammen. Voor elke zwam met relatief grote vruchtlichamen bestaan er gemiddeld dus negen met microscopisch kleine of helemaal geen vruchtlichamen, de zogenaamde microfungi. Met andere woorden: het zwammenrijk telt vermoedelijk ruim een half tot 1,1 miljoen soorten. Let op de discrepantie. Als je beweert dat de wereldbevolking tussen de vier tot acht miljard mensen telt, neemt niemand je au sérieux. Maar in studies over de biodiversiteit op onze planeet zijn dergelijke marges schering en inslag. Auteurs die zich baseren op de verhouding tussen het aantal soorten planten en het aantal soorten zwammen, ramen de diversiteit van het zwammenrijk zelfs op 1,5 miljoen soorten. Ongeveer evenveel als alle reeds bekende en beschreven soorten uit alle rijken samen.

Stacks Image 5
Een kastanjeboleet is geen groente

Carolus Linnaeus, de 18de-eeuwse grondlegger van de moderne taxonomie, bracht de zwammen onder in het plantenrijk. Niet zo vreemd, want op het eerste gezicht hebben zwammen heel wat met planten gemeen. Ze lopen, vliegen of zwemmen niet weg. Ze hebben geen ogen, oren, neus of mond. Hun schimmeldraden lijken op wortels en veel gesteelde paddenstoelen hebben de vorm van een bloem of een kleine boom. De meeste kookboeken beschouwen eetbare zwammen nog altijd als planten. In de supermarkt vind je ze in de groente- en fruitafdeling. Ik beweer niet dat ze in de slagerij thuishoren, maar ze zouden er minder uit de toon vallen. Moeten vegetariërs zich zorgen maken? Feit is dat Fusarium venenatum, de schimmel die in Quorn zit, nauwer verwant is met varkens en runderen dan met de tarwe en soja in vegaworstjes of -burgers. Anders gezegd: dieren en zwammen stammen af van een gemeenschappelijke voorouder die ze niet met planten delen. Als je er even over nadenkt, kan het eigenlijk ook moeilijk anders. Alle levende wezens hebben energie nodig. Planten halen die uit zonlicht, een proces dat fotosynthese heet. Dieren en zwammen doen daar niet aan. Ze stelen hun energie gewoon van de planten. Sommige soorten, zoals gnoes en biefstukzwammen, doen dat rechtstreeks. Andere, zoals leeuwen en mestzwammen, doen het via één of meerdere tussenstations.


Stacks Image 6
Een oesterzwam is geen vlees

Zwammen en dieren zijn heterotroof: ze leven van andere organismen. Maar zwammen zijn honkvast of kunnen zich toch niet op eigen kracht verplaatsen. De meeste dieren zijn juist erg mobiel. Rond de cellen van dieren zit een dun, kwetsbaar en levend membraan. Die van zwammen zijn stevig verpakt, net zoals die van planten. Hun harde, dode celwand is echter niet gemaakt van cellulose, maar van chitine. Dezelfde harde, onverteerbare stof waarmee insecten en andere geleedpotigen, zoals kreeften, hun uitwendig skelet of pantser bouwen. Dat verklaart meteen waarom de champignons die je eet je lichaam vaak min of meer verlaten zoals je ze hebt ingeslikt. Een paddenstoelgang, zeg maar. Koken, stoven of bakken helpt, net zoals bij groenten. Over de voedingswaarde van eetbare zwammen lopen de meningen uiteen. Dik zul je er niet van worden, want ze bestaan voor negentig procent uit water. Maar ze bevatten ook koolhydraten, eiwitten, vetten, mineralen, spoorelementen en vitaminen. Bovendien zijn ze rijk aan voedingsvezels die de spijsvertering bevorderen. Je eet ze naar verluidt best niet rauw, althans niet de soorten die agaritine bevatten, zoals
champignons en shiitake. Agaritine is giftig en volgens sommige studies ook kankerverwekkend. Andere studies spreken dat tegen of minimaliseren het risico. Wat een verrassing! Hoe dan ook: verhitten doet het agaritinegehalte dalen. De Stichting Voedingscentrum Nederland beveelt dat dan ook aan. Veiligheidshalve. Maar veiligheidshalve eet je natuurlijk best helemaal niets meer. Dan word je gegarandeerd een kerngezond lijk.
Stacks Image 7
Schatten van schimmels

Het zwammenrijk omvat, net zoals het plantenrijk, zowel eencellige als meercellige organismen. Vroeger gold dat ook voor het dierenrijk, maar dat is niet langer het geval. Hoe vreemd het ook mag klinken: pantoffeldiertjes zijn geen dieren meer. Ofschoon baobabs of apenbroodbomen in onze contreien behoorlijk zeldzaam zijn, ken je ze wellicht toch beter dan de alomtegenwoordige boomalgen. Wedden dat je ook meer vertrouwd bent met vliegenzwammen dan met
Saccharomyces cerevisiae? Toch speelt die eencellige schimmel een veel grotere rol in je leven dan de archetypische rode paddenstoel met witte stippen. Dos cervezas? Niet zonder S. cerevisiae, want deze schimmel is onmisbaar bij de bereiding van bier, wijn en brood. S. cerevisiae is immers gewoon bier-, wijn- of bakkersgist. Geen Leffe, Pomerol of Brusselse wafels zonder deze zwam. S. cerevisiae was de eerste eukaryoot – een organisme waarvan het DNA zich in een celkern bevindt – waarvan het genoom volledig in kaart werd gebracht (1996). De schimmel heeft bijna 5.800 functionele genen, zowat een kwart van het aantal in het menselijk genoom. Volgens sommige bronnen hebben S. cerevisiae en Homo sapiens meer dan 1.300 genen gemeen. Andere bronnen spreken van ruim 1.800. Sommige eencellige schimmels vormen kolonies, een kunstje dat ook veel eencelligen uit andere rijken beheersen. Het is niet uitgesloten dat de eerste meercellige organismen uit dergelijke kolonies zijn ontstaan. Een wereldberoemde kolonist uit het zwammenrijk is de penseelschimmel Penicillium chrysogenum. Zonder penicilline, het antibioticum dat deze zwam afscheidt, zou zowat drie kwart van alle mensen die nu leven nooit zijn geboren. Minstens één van hun ouders, grootouders of overgrootouders zou immers vroegtijdig aan de één of andere infectie zijn bezweken. Het zit er dus dik in dat ook jij je leven te danken hebt aan een schimmel die zich in 1928 door een slordigheid ontwikkelde in een petrischaal met een bacteriecultuur. Eén ding staat vast: zonder penicilline had ik de longontsteking die ik als kind opliep nooit overleefd en bestond deze website niet. Driewerf hoera voor Sir Alexander Fleming!
Stacks Image 8
Stammen van zwammen

"Het weze duidelijk dat ik, ondanks alle argumenten, het goede oude standpunt deel dat een walvis een vis is en ik beroep me hiervoor op de vrome Jona. Nu deze fundamentele kwestie van de baan is, rest de vraag in welk opzicht de walvis innerlijk van andere vissen verschilt. Hierboven reikte Linnaeus je die zaken al aan. Kort samengevat: longen en warm bloed, terwijl alle andere vissen geen longen hebben en koudbloedig zijn."

Het kleinste kind weet het: walvissen zijn zoogdieren. Maar in 1851, toen het meest beroemde walvisverhaal aller tijden verscheen, stond de kwestie nog ter discussie. In het
32ste hoofdstuk van Moby-Dick kiest Ishmael, de man die het verhaal vertelt, partij. Geen idee of Melville de opvatting van zijn protagonist deelde, maar het zou me niet verbazen. In de rest van het hoofdstuk onderneemt Ishmael een poging om alle walvissoorten te classificeren. Hij brengt ze volgens grootte onder in drie boeken (Folio, Octavo en Duodecimo) met verschillende hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk van het eerste boek (Folio) bespreekt hij de potvis, "zonder enige twijfel de grootste bewoner van de Aarde". Dat begint al goed. De blauwe vinvis is veel groter – 33 versus 20,5 meter en 180 versus 57 ton –, maar Ishmael behandelt de soort pas in het laatste hoofdstuk van het eerste boek. Wat Moby-Dick met zwammen te maken heeft? Niets, behalve dan dat het grootste organisme op de Aarde volgens velen een ruim tweeduizend jaar oude sombere honingzwam (Armillaria solidipes) is én dat elke classificatie een heikele kwestie blijft. Tot diep in de 20ste eeuw baseren taxonomen zich haast uitsluitend op uiterlijke kenmerken als grootte, gewicht, lichaamsbouw of levenswijze. Hoe meer dergelijke kenmerken twee soorten delen, hoe nauwer ze met elkaar zijn verwant. Theoretisch, want nogal wat gelijke kenmerken blijken totaal onafhankelijk van elkaar te zijn geëvolueerd. Natuurlijke selectie komt gewoon keer op keer met min of meer dezelfde aanpassingen aan dezelfde omstandigheden op de proppen. Dolfijnen hebben vinnen, vleermuizen hebben vleugels, varens hebben sporen. De moleculaire biologie maakt het nu mogelijk om de graad van verwantschap objectief te bepalen. Dat zorgt regelmatig voor verrassingen, zeker in het altijd al wat schimmige zwammenrijk. Kortom: de indeling van het zwammenrijk is vandaag nog op elk niveau, van ondersoort tot stam, volop in beweging. Er bestaat geen enkele classificatie waarover alle mycologen het eens zijn en sommige zwammen veranderen sneller van naam of geslacht dan een stervoetballer van club. Het is, zeker voor een leek, een zootje.


Stacks Image 9
Vork in de steeltjes

Alle paddenstoelen waarvan je op deze pagina foto's ziet, zijn de vruchtlichamen van zwammen uit de stam Basidiomycota en de klasse Basidiomycetes. De meeste, zoals de vliegenzwam hierboven en de dooiergele mestzwam hiernaast, behoren tot de orde Agaricales of plaatjeszwammen. Althans volgens de Belgische soortenlijst en het Nederlands soortenregister. Volgens Soortenbank.nl behoren ze tot de klasse Hymenomycetes. Volgens Wikipedia en de Index Fungorum, een internationale poging om orde op zaken te stellen, moet dat dan weer de klasse Agaricomycetes zijn. Zoals overal op deze site baseer ik me op de Belgische soortenlijst en het Nederlands soortenregister. Niet omdat hun taxonomische bomen beter gefundeerd zouden zijn – wie ben ik om daarover te oordelen? –, maar omdat ik nu eenmaal in de Lage Landen woon en het me beter lijkt om in dezen één enkele bron te gebruiken. Anders kun je wel bezig blijven. Overigens blijken zelfs die twee nauw met elkaar verbonden sites af en toe toch een andere indeling te hanteren. Zo deelt de Belgische site het zwammenrijk in slechts negen stammen in, terwijl de Nederlandse er elf onderscheidt, waaronder de wel erg laconiek gedoopte stam Nog onder te brengen. Belachelijk? Integendeel! Ons onvermogen om alle organismen keurig te categoriseren, is volledig te wijten aan hun ronduit rommelige ontstaan. De natuur is knoeiwerk. Meteen één van de sterkste argumenten tegen elke vorm van creationisme of intelligent design. De Basidiomycota worden ook wel steeltjeszwammen genoemd. Niet omdat ze vaak paddenstoelen met een stengel produceren, maar omdat hun sporen op steeltjes staan. Vrijwel alle algemeen bekende zwammen behoren tot deze stam. Uitzonderingen zijn onder meer de verschillende soorten truffels en morieljes die, net als S. cerevisiae en de meeste korstmossen, tot de Ascomycota of zakjeszwammen worden gerekend. Penseelschimmels als Penicillium chrysogenum behoren volgens Soortenbank.nl en veel andere bronnen eveneens tot die stam. De Belgische soortenlijst en het Nederlands soortenregister delen ze echter in bij de Anamorphic fungi. Het is maar dat je het weet.
Stacks Image 4541
Zwamslijmen en moskorsten

Zoals aardperen geen peren en gaasvliegen geen vliegen zijn, zo zijn slijmzwammen ook geen zwammen en korstmossen geen mossen. Maar wat zijn ze dan wél? Korstmossen, zoals het
groot dooiermos hiernaast, zijn schimmels die zo nauw met een groenalg of een blauwalg samenleven dat ze als het ware één enkel organisme vormen. Groenalgen zijn eencelligen die nauw verwant zijn aan planten. Blauwalgen zijn bacteriën die, net als planten en groenalgen, aan fotosynthese doen. Dat komt de schimmel in kwestie goed uit. In ruil voor de voedingsstoffen die de groen- of blauwalgen hem leveren, beschermt hij ze tegen uitdroging en al te fel zonlicht. Ze leven in zijn schaduw. Bovendien produceert de schimmel zuren die de algen helpen om mineralen op de nemen. Deze vorm van wederzijdse bijstand wordt mutualistische symbiose genoemd. Beide partijen of symbionten varen er wel bij. Aangezien alle korstmossen deels schimmels zijn en de naam van een korstmos altijd gewoon die van de schimmel zelf is, is hun aanwezigheid in deze rubriek van de site nog enigszins verdedigbaar. Slijmzwammen, daarentegen, hebben volstrekt niets met zwammen en vaak zelfs ook niets met elkaar te maken. Het is een verzamelnaam voor een hele reeks curieuze creaturen waarvan de classificatie taxonomen nog altijd hoofdbrekens kost.


Stacks Image 4570
Vreemde eenden in de bijt

Volgens de Belgische soortenlijst en het Nederlands soortenregister maken de slijmzwammen, net zoals de korstmossen, deel uit van het schimmelrijk. Die indeling is inmiddels achterhaald en berust in feite uitsluitend op wat oppervlakkige overeenkomsten. Het groot kalkschuim hiernaast, de enige slijmzwam die ik tot nu toe in de tuin fotografeerde, heeft wel wat van een trilzwam of een andere schimmel, maar is net zo min een zwam als vleermuizen vogels of korstmossen planten zijn. De gelige klodder in het gras, die al snel spierwit en vervolgens beetje bij beetje zwart kleurt, is een mobiele kolonie van ontelbare amoebe-achtige eencelligen die vrij kunnen bewegen en op bacteriën jagen. Ze zitten overal, maar je krijgt ze nooit te zien. Daar heb je een microscoop voor nodig. Meestal planten ze zich voort zoals dat amoeben betaamt: ze vermenigvuldigen zich door deling. Maar soms zoeken ze elkaar op en vormen dan het soort slijmerige, traag voortkruipende kolonies waaraan ze hun verzamelnaam te danken hebben. De slijmzwam vormt sporen die door dieren en de wind worden verspreid en waaruit nieuwe amoebe-achtige eencelligen ontstaan. Wereldwijd komen honderden en wellicht meer dan duizend soorten slijmzwammen voor. Ze horen niet alleen in geen enkel rijk thuis, maar delen ook geen directe gemeenschappelijke voorouder met alle andere zogenaamde slijmzwammen. Meestal worden ze ondergebracht in een drietal groepen van al dan niet met zekerheid verwante soorten. Aangezien niemand er blijf mee weet, belanden die drie groepen dan doorgaans linea recta in de vuilnisbak van het domein van de eukaryoten: het pseudorijk van de protisten. Ze vallen er veel minder uit de toon dan in het zwammenrijk, maar dat komt hoofdzakelijk doordat valse noten nu eenmaal niet opvallen in de helse kakofonie die de protisten ten gehore brengen. Waarom ik die vreemde eenden desondanks in deze zwammenbijt opneem? Omdat dat nog altijd gangbaar is. Omdat de meeste bezoekers van de site ze hier zullen verwachten. Maar vooral: waar anders?
Stacks Image 10
De naam van de zwam

De zwam op de foto hiernaast is meer dan waarschijnlijk een bleek
nestzwammetje (Cyathus olla). De soort komt algemeen voor en duikt aan de Heuvelstraat 37 vooral in de moestuin op. Nooit eerder gezien? Dat komt dan wellicht doordat de paddenstoelen een doorsnede van amper 12 mm hebben en niet hoger dan 18 mm zijn. Het is hoogst uitzonderlijk dat ik erin slaag om zo'n piepkleine, onopvallende zwam tot op soortniveau te determineren. Zelfs in dit geval is het niet uitgesloten dat ik me vergis. Er bestaan immers verschillende soorten nestzwammetjes die op het eerste gezicht moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Je zou denken dat grote paddenstoelen makkelijker te determineren zijn, maar dat is lang niet altijd het geval. Zelfs experts hebben daarvoor soms een microscoop en allerlei chemicaliën nodig. Op basis van alleen maar een foto lukt het dan ook vaak helemaal niet. Ruiken en rauw proeven is aangewezen, maar zeker dat laatste zie ik mezelf nog niet zo snel doen. Niet zozeer omdat sommige soorten giftig zijn, maar vooral omdat veel paddenstoelen vol minuscule maden en andere wriemelbeestjes zitten. Jakkes!


Stacks Image 11
Terug naar school

Onder de hoed van de paddenstoel hiernaast, in de rechterbenedenhoek, zijn nog net enkele nestzwammetjes te zien. Ik ben er vrijwel zeker van dat de 'grote' zwam een soort uit het geslacht Mycena is. Een gewoon elfenschermpje (Mycena pura), bijvoorbeeld, of een heksenschermpje (Mycena rosea). In België en Nederland komen verschillende ondersoorten of vormen van Mycena pura voor en volgens sommige bronnen zijn Mycena pura en Mycena rosea gewoon varianten van dezelfde soort. Onder de microscoop zijn ze alleszins identiek, maar de giftige stoffen die ze bevatten zouden verschillen. Kijk, als zelfs de experts het al niet meer weten… In de soortengalerij is deze zwam opgenomen als Mycena sp. Dat betekent zoveel als: dit is een species of soort van het geslacht Mycena die ik niet tot op soortniveau kon determineren. Dat zal, vrees ik, voor nogal wat zwammen het geval zijn. Het belangrijkste probleem is ongetwijfeld mijn gebrek aan kennis en ervaring. Pas in het najaar van 2010 heb ik me voor het eerst toegelegd op het fotograferen van de meest opvallende paddenstoelen in de tuin. Zo kwam ik erachter dat je ze best vrijwel elke dag opnieuw fotografeert, zodat je over foto's van de verschillende groeistadia beschikt. Notities maken, meten, ruiken, breken om verkleuring en andere eigenschappen vast te stellen, plukken om een sporenafdruk te maken: er komt heel wat bij kijken. Ik heb me voorgenomen om er werk van te maken, maar het zal nog wel een jaar of tien duren voor ik zo goed als alle macrofungi in de tuin heb gefotografeerd, gedetermineerd en gedocumenteerd. Geen idee hoeveel al dan niet gedetermineerde soorten dit onderdeel van de site uiteindelijk zal tellen, maar het zullen er hoe dan ook veel minder zijn dan de onderdelen Dieren en Planten. Voorlopig heeft het menu Zwammen in elk geval nog geen submenu's en het zit er dik in dat dit ook zo blijft. Het nadeel is dat je daardoor niet op stam, klasse, orde, familie of geslacht kunt zoeken. Het voordeel is dat de soortengalerij een overzicht biedt van alle soorten zwammen die ik al in de tuin fotografeerde. Klik op een plaatje voor meer informatie over de soort in kwestie.
Stacks Image 12
Stacks Image 13

Bronnen en links naar meer informatie

  • Arne Aronsen, A key to the Mycenas of Norway, pagina over Mycena rosea.
  • J.J.P. Baars & A.S.M. Sonnenberg, Voedingswaarden champignons en andere paddenstoelen, Plant Research International B.V., 2008 (pdf).
  • Richard Dawkins, The Ancestor's Tale – A Pilgrimage to the Dawn of Life, Weidenfeld & Nicolson, 2004.
  • Daniel J. DeNoon, The 10 Most Important Drugs, artikel op WebMD, 2004.
  • Diederich, P., D. Ertz, N. Stapper, E. Sérusiaux, D. Van den Broeck, P. van den Boom & C. Ries, The lichens and lichenicolous fungi of Belgium, Luxembourg and northern France, 2014.
  • Howard Hughes Medical Institute, The Genes we share with Yeast, Flies, Worms an Mice – New Clues to Human Health and Disease, 2001 (pdf).
Geraardsbergen, 7 januari 2011.
Laatst aangepast op 14 februari 2015.